Pers

(knack weekend n° 34, 32-28/8/2001)

In het 17de-eeuwse pand, één hoog aan de Havermarkt, heerst een huiselijke sfeer. Het gebeurt niet vaak, maar als Tom nog niet klaar is met de vorige klant, wacht je gewoon even in zijn huiskamer.
Tijdens het knippen krijg ik voor bij een kapper niet-alledaagse muziek te horen : Kiri te Kanawa met Maori Songs. Daarna komt een reeks Scarlatti, en zo gaat het maar door. Want het knippen duurt lang. Tom zet de schaar in de nekpartij en vordert traag hoger, naar de kruin.

Als mijn tenen zich ongedurig krommen omdat ik vind dat daar de haren volgens mij nog te lang zijn, zegt Tom: “Dat is niet waar, de haren van de nekpartij krijgen een betere doorbloeding en groeien sneller. Dus moet ik vooruitzien en de haren op de kruin langer laten, zodat de goede verhoudingen van het kapsel langer bewaard blijven.” Goed dan maar. Na een uur ligt een wolk van minuscule haarfragmentjes achter mijn stoel, krijg ik een kop koffie met op het schoteltje een bloot engeltje en is het tijd voor de shampoo met massage.

De kapper houdt mijn schedel met een hand in een krachtige greep, met de vingertoppen van de andere hand cirkelt hij met wisselende druk op de bovenkant van mijn schedel. Tien minuten duurt de massage. Lang genoeg. Wanneer ik een halfuur later op de stoep sta, voel ik mij clean, heel zuiver en ontspannen.